Home / Boeken / Overige volwassen boeken* / Ik fiets door [recensie]

Ik fiets door [recensie]

Na de dood van haar geliefde raakte Juliana Buhring in een depressie. Een gezamenlijke kennis stelde voor ter nagedachtenis een fietstocht door Canada te organiseren. Dat idee ontstak een vonk in Juliana – en acht maanden later begon ze aan een recordpoging om als eerste vrouw de wereld rond te fietsen. 152 dagen en 29.000 kilometer later eindigde ze terug bij de startlijn – en de belevenissen onderweg, de tijd die ze gedwongen was alleen door te brengen, maakten van haar een ander persoon.

Ik fiets door begint met een proloog waarin het einde van de tocht te lezen is. Daarna gaat het boek verder (of eigenlijk terug in de tijd) met het verhaal van de hele reis, startend op het Piazza Plebiscito in Napels, een van de grootste pleinen in Europa.

‘Het enige wat ik had waren een paar duizend euro, een fiets en een droom.*’

Het was een droom die voortkwam uit verdriet toen geliefde Henri overleed. Juliana leerde hem kennen toen zij in Kampala woonde waar ze overdag als missionaris voedsel en medicijnen verdeelde over weeshuizen en scholen en ’s avonds optrad als professionele gogo danseres om geld te verdienen. Hun wegen gingen echter uit elkaar toen hij vertrok voor een nieuwe Nijl-expeditie en zij wegging uit Kampala. Jarenlang hadden ze geen contact, maar toen vonden ze elkaar terug via Facebook en een intensief mailcontact volgde. Kort voordat ze elkaar opnieuw zouden zien overleed hij in Congo toen hij door een reusachtige krokodil uit zijn kajak werd gesleurd. Tijdens zijn herdenkingsdienst bij de Nijl kwam Juliana op het idee om de wereld rond te fietsen. Alleen! En min of meer ongetraind. Goede vriend Antonio zou haar bijstaan vanuit Italië en haar nauwlettend in de gaten houden via haar gps-tracker.

Het vergde wat voorbereidingen en op het laatste moment leek Guiness World Records de recordpoging onmogelijk te maken door haar min of meer te verplichten meer dan 200 km per dag te fietsen zonder een dag rust. Uiteindelijk zagen zij zelf ook in dat dát een onmogelijke opgave was dus kon ze in juli 2012 alsnog starten in Italië met haar fiets Pegasus. Ze zou in minder dan 175 dagen minimaal 28.970 km moeten afleggen, maar Juliana zelf wilde alsnog een poging doen de 150 dagen te behalen. In de maanden dat ze de wereld rond zou fietsen moest ze dagelijks een logboek bijhouden, een gps-tracker bij zich dragen en officials haar logboek laten tekenen om de recordpoging te doen slagen.

Juliana groeide op in een religieuze sekte, de Children of God, die in 1969 werd opgericht. De predikant (oprichter) predikte voor ‘de revolutie voor Jezus’ en pleitte voor een breuk met de gevestigde orde. Toen Juliana in 1981 werd geboren telde de beweging communes in meer dan honderden landen en veertigduizend ‘leden’. Tenminste de helft daarvan waren kinderen die binnen de groep waren geboren. Ze besloot op een gegeven moment (net als veel kinderen uiteindelijk) de groep te verlaten. Kinderen die de groep verlaten noemen zichzelf de ‘ex-kids’. Veel van hen verschaften Juliana onderdak of spraken hun connecties aan om haar te helpen. Juliana heeft zeventien broers en zussen verspreidt over de wereld.

In Zuid-Frankrijk zag ze zussen Mariana en Lily en maakte ze dankbaar gebruik van hun aanbiedingen om bij hen te overnachten. Ze had immers geen sponsors en niet heel erg veel geld om de reis makkelijk door te komen. Het noorden van Spanje is kurkdroog en rotsachtig, het binnenland uitgestrekt en leeg. Het is een race tegen de klok om op uiteindelijk op 4 augustus in Porto (Portugal) aan te komen om een goedkoop vliegticket te kunnen boeken. Gelukkig kan ze onderweg er naartoe een paar keer 280 kilometer op een dag fietsen vanwege rugwind. In die eerste twaalf dagen fietst Juliana 2733 kilometer met een gemiddelde van 228 kilometer per dag. Om de ellenlange uitgestrekte kilometers door te komen luistert ze onderweg naar luisterboeken waaronder Tolstojs Oorlog en Vrede.

‘Als er geen lijden bestond, zou geen mens zijn of haar grenzen kennen, zou de mens zichzelf niet kennen.**’

In Amerika vangt vriend Tom haar op. Hij reist met haar van Boston naar Buffalo, New York. Daar nemen ze afscheid en reist hij weer terug naar Boston. Daar beginnen de problemen aan haar fiets en die problemen zullen de rest van haar reis aanhouden. Niet alleen krijgt ze veelvuldig te maken met lekke banden, kapotte spaaknippels, maar ook haar versnellingssysteem krijg problemen.

In Iowa slaat de schrik haar om het hart wanneer ze bij een tankstation een gesprek opvangt tussen een caissière en een plaatselijke klant. ‘Ja, ze rijden rond met een Kalasjnikov en een BB-gun. Ze schieten op auto’s, honden en ruiten.’ Ze neemt het zekere voor het onzekere en fietst ‘snel’ de stad uit op weg naar Seattle voor het vliegtuig naar het volgende land. Tot die tijd heeft ze nooit echt stil gestaan bij de gevaren van haar reis.

Op 4 september 2012 is ze in het land van de regenbogen, de hobbit en de bergen. Het land ook van Lord of the Rings, Nieuw-Zeeland. Daar aangekomen blijkt haar gps-tracker echter niet meer te werken en Antonio was bang dat haar iets was overkomen. Wanneer hij het uiteindelijk weer doet blijkt dat Juliana de verkeerde kant is opgegaan en recht op de ergste bergen af fietst. Antonio wordt kwaad op haar omdat ze de kust zou moeten volgen, maar teruggaan is geen optie. Volgens de regels van Guiness World Record mag je niet terug, ze moet er dus overheen.

Vanuit Nieuw-Zeeland vliegt ze naar Australië. Ze verheugt zich erop, want ‘avontuur is verslavend’. Ze wordt in de eerste dagen veelvuldig aangevallen door eksters en het is de eerste keer dat ze te maken krijgt met een agressieve hond. Een anekdote die me overigens zeer bekend voorkomt aangezien ik exact hetzelfde heb meegemaakt en op dezelfde manier heb gereageerd, ik was echter niet zo ver van huis. De tegenwind is er meedogenloos en ze krijgt nog meer problemen met haar fiets en de eigenaar van een fietsenwinkel in Warrnambool vindt het een wonder dat Pegasus al zover is gekomen. Na uiteindelijk zevenduizend kilometer komt zij aan in Perth en gaat zij op weg naar Azië.

‘Pijn, ellende en knokken leren je heel veel over jezelf. Over wie je bent en waar je onder extreme omstandigheden toe in staat bent.*’

Juliana komt in het donker aan op Changi Airport en het duurt ongeveer even lang om heel Singapore te doorkruisen als een grote stad, hooguit een paar uur. Het land is één langgerekte stad, aldus Juliana. Ze neemt de snelweg naar de grens in het noorden om te voorkomen dat ze door het centrum van de stad moet fietsen en steekt de grens naar Maleisië over tegen de tijd dat de zon helemaal op is. De meeste wegen in Maleisië hebben geen verharde berm en Juliana fietst door stof en rommel. Doordat reusachtige trucks haar van zeer dichtbij passeren besluit ze de E2 te nemen, de snelweg van de grens met Singapore tot aan Kuala Lumpur. Ze wordt er vanaf gehaald en doet alsof ze niet weet dat het verboden is om op de snelweg te fietsen. Ze begeleiden haar de weg af en voordat ze afscheid van haar nemen willen ze met haar op de foto. Zodra hun auto uit het zicht verdwijnt gaat ze opnieuw de snelweg op. Niet de eerste keer en ook niet de laatste.

Op 14 oktober steekt ze de grens over naar Thailand. Aangezien er weinig fietsers in Maleisië en Thailand zijn houdt dat ook in dat er weinig fietsenwinkels te vinden zijn. Pegasus heeft het erg moeilijk en ze is dringend toe aan onderhoud. Voordat Juliana op zoek kan gaan raakt haar band lek, is hij niet te plakken en moet ze de bus terug naar Hat Yai nemen. Daar loopt ze op wonderbaarlijk wijze een gezin tegen het lijf dat haar dirigeert naar iemand die ze nodig heeft. Ze wordt op een hartelijke manier geholpen door de plaatselijke fietsenmaker en kan dan weer op pad.

Een paar dagen later is ze zich opnieuw bewust van het gevaar waaraan ze zichzelf blootstelt. Ze zorgt er in principe altijd voor dat ze in dichtbevolkte gebieden blijft, maar die keer koos ze voor het eerst van haar gewoonte af te wijken. Ze ging bewust naar een geïsoleerde plek langs de kust in de buurt van het vliegveld van Chumphon, ver van alle dorpen en de beschaving. Haar telefoon heeft geen bereik, maar ze maakt zichzelf weinig zorgen, er kan immers niets misgaan. Dat was een misrekening en die nacht had het zomaar allemaal voorbij kunnen zijn.

‘Ik was niet bang voor de dood, ik vond een leven zonder levensvreugde veel angstaanjagender.*’

Juliana’s eerste fietsdag in India begint met een botsing, maar zowel zij als Pegasus houden er verbazingwekkend weinig aan over. Haar fiets wordt er door velen bewonderd en ze is zich ervan bewust dat ze hem nauwlettend in de gaten moet (blijven) houden. Haar tweede dag in India begint onheilspellend, niet alleen vanwege het hotel waar ze sliep, maar vooral vanwege haar darmen. De avond ervoor smeekte ze de eigenaar van een restaurant: ‘Alstublieft, ik heb zo’n honger. Ik eet alles wat jullie hebben.’ De dagen erna kan ze niets binnenhouden en ze is genoodzaakt rust te houden voor zolang het kan. Juliana is voor het eerst sinds het begin van haar reis bang en Antonio zorgt ervoor dat een gemeenschappelijke vriend uit Napels, Nicola, naar haar toe komt om een paar dagen over haar te waken. Op negen november kan ze het land eindelijk verlaten.

In Turkije wordt ze belaagd door een aantal angstaanjagende honden. Ze raakt in paniek maar wordt gered door een automobilist die zorgt dat de honden op afstand blijven terwijl ze nog altijd naar haar happen en blaffen. Het landschap van Turkije is dor, met lange, geleidelijke beklimmingen en afdalingen. De bewoners zijn erg aardig, het verkeer in Istanbul, de poort die Europa en Azië met elkaar verbindt, een verschrikking.

23 november fietst ze Griekenland binnen. Het terrein is zeer bergachtig, ‘met lange, geleidelijke beklimmingen die het fietsen zowel zwaar als saai maken’. Als alles goed gaat zal ze binnen een maand thuis zijn. Het aantal lekke banden blijft toenemen en Pegasus voelt de slijtage van de lange tocht. Op de valreep rijdt ze op 27 november net voor het sluiten van de grens Albanië binnen. Het landschap is zeer bergachtig en grotendeels onbewoond. Vlakbij de grens ziet ze Nicola (en zijn vriendin Angela) weer. Ze heeft nog maar 4000 kilometer te gaan.

Aangekomen in Slovenië is ze lichamelijk en geestelijk volkomen uitgeput en ze breekt. De temperatuur is gedaald tot -9 graden Celsius en Juliana heeft het stadium van de totale uitputting bereikt. De kou neemt haar laatste restje energie weg. Twee tenen zijn zwart; de rest is blauwrood en overdekt met pijnlijke zwellingen, met dode, vergeelde nagels. Gelukkig voelt ze de steun van de mensen die berichten achterlaten op Facebook. Ook de steun die ze in Italië krijgt maken de laatste loodjes iets minder zwaar gemaakt. Langs de hele route hebben hotels haar gratis kamers aangeboden en restaurants haar een gratis eten aangeboden. Op 20 december is het minder dan 400 kilometer tot aan de finish en op 22 december begint ze aan haar allerlaatste rit. Een korte rit. Van het huis van Antonio’s ouders tot het Piazza Plebiscito, het eindpunt van haar wereldreis.

Recensie:
De laatste maanden heb ik heel erg veel boeken gelezen over professionele wielrenners (overwegend mannelijk) die niet misselijke prestaties leveren, maar hoe hard die mannen en vrouwen ook fietsen en geweldig ik ze ook vind; deze vrouw heeft mijn hart gestolen en ik vind haar een powervrouw! Niet alleen ging ze deze helse reis aan, ze deed het ook nog eens in haar eentje. Alleen deed ze het echter niet, ze had heel veel mensen om zich heen die haar (onder)steunden, hielpen waar mogelijk. Dat overigens niet alleen, onderweg kwam ze heel veel bijzondere en aardige mensen tegen die op de een of andere manier er allemaal waren op het moment dat het echt nodig was. Alsof ze op haar pad werden gestuurd. Geweldig om te lezen!

‘Als je de wereld daadwerkelijk wil ervaren, stap je op de fiets.*’

Ik fiets door – Juliana Buhring
Non – fictie, autobiografie, paperback, 237 pagina’s, Uitgeverij De Fontein
Bestel dit boek hier >>>>
*Quotes van Juliana
**Tolstoj

Juliana Buhring is nog altijd de wereldrecordhouder ‘vrouw die in haar eentje de wereld rondfietst’, volgens het Guiness Book of World Records

About Angela Aagenborg

Mijn naam is Angela, ik ben 39 jaar oud, echtgenote sinds 2002 en moeder van twee kinderen (2007 & 2011). Als kind hield ik dagboeken bij en schreef ik af en toe een verhaaltje. In 2003 begon ik met het schrijven van mijn eerste roman en in 2006 zette ik mijn eerste blogwoorden op internet. Nu, twaalf jaar later, heb ik vele blogs, column, artikelen geschreven en staan er zo'n twaalf boeken met mijn naam erop in de kast. In 2018 schreef ik een wielerroman en een chicklit, beiden 'wachten' op een uitgeverij.

Check Also

Met de tweeling in Frankrijk – verslag [deel 4]

Het vierde en laatste verslag van onze vakantie op camping Aux Rives du Soleil in …